Ikea hel

‘We gaan naar de Ikea,’ riep mijn vrouw tegen de kinderen.
Wat??? zei mijn oudste zoon.
‘Wat zeg je?’ verbeterde mijn vrouw hem, alsof hij nu zou zeggen: wat zeg je? Iets wat hij zijn hele leven nog niet gedaan had, hij is nog nooit verder gekomen dan: Wat??
Ik was intens gelukkig dat ik met twee kleuters en mijn huisgenote op een zaterdag ochtend naar de Ikea mocht. Ze had een krukje gezien om op te staan zodat ze bij de bovenste keukenkastjes kon. En die was alleen verkrijgbaar bij het gehaktballen warenhuis.
Aangekomen bij de parkeergarage dacht ik: Nou, ze is minder depressief dan normaal. Als dat krukje daarvoor zorgt, waarom ook niet. We liepen vrolijk het Zweedse krukkenparadijs in en de kinderen waren uitgelaten. We kwamen de roltrap af en daar stonden ze op de grond: Pijlen die de richting aanwezen waar je heen moest.

Pot met goud

Mijn jongste zoon zei: ‘Kijk mama, er staan pijlen op de grond. ‘
‘Ja dat zie ook wel. Mama is niet gek hè.’
‘Waarom staan die pijlen op de grond mama?’
‘Nou lieverd, als je die netjes volgt komen we bij een pot met goud.’
‘Met goud?’ zei mijn oudste zoon.
‘Ja en tien broodjes worst voor vijf euro,’ vulde ik aan.

Spoor van de Daltons

De kleuters keken elkaar aan en mijn oudste zoon riep: ‘Klaar voor de start! Af!’
Ze namen een spurt en sjeesden weg. Mijn vrouw en ik keken elkaar vertederd aan. Na enkele ogenblikken besloot ik om te kijken waar ze gestrand waren. Ik begon harder te lopen, nog steeds geen enkel teken. Ik zette nu de sprint in, ik wist precies waar ik heen moest door de fantastische pijlen op de grond. Ik kwam aan het einde in het magazijn terecht, nog steeds geen enkel spoor van de Daltons. Ik rende naar de uitgang en ik hoorde mijn jongens schreeuwen: ‘Papa, kijk! worst! Mogen we broodjes worst?’

Kim Holland in de eindfase

Ze stonden voor een interne snackbar waar de kwaliteitsworsten verkrijgbaar waren. Ik slaakte een zucht van opluchting. Ik rende naar ze toe en zei diep geëmotioneerd: ‘Nooit meer wegrennen jongens. Papa is acht keer gestorven net.’
‘Papa waar is die pot met goud?’ zei mijn jongste zoon.
‘Uh ja, die komt straks pas als we een krukje hebben gekocht voor mama. Die pot staat heel hoog en we kunnen er alleen bij als we een krukje hebben.’
Ik keek ze allebei aan en wonderlijk genoeg hield mijn verhaal stand. Ik liep terug het magazijn in en daar kwam mijn vrouw aanrennen. Ze kwam dichterbij en hijgde net zo hard als Kim Holland in de eindfase.

Kaatsheuvel

‘We moeten ze ook geen pot met goud beloven,’ zei ik.
‘Nee dat was niet zo handig,’ pufte mijn vrouw.
Na lang zoeken in het magazijn had ze het krukje gevonden.
We liepen richting de kassa’s en ik zag een rij staan waar ze in Kaatsheuvel jaloers op zouden zijn.
‘Papa, mogen we nu een broodje worst?’
‘Nou we moeten even wachten op onze beurt.’
Waar is die pot met goud mama?
‘Ik weet het niet schat.’
‘Papa, zijn de worsten op?’
‘Nee, ik denk het niet.’
‘Is de pot met goud gestolen, mama?’
‘Nee ze zijn hem misschien kwijt.’
‘Papa, heb jij alle worsten opgegeten?’
‘Nee, ik heb ze niet opgegeten.’

Gouden regenboog

Na een half uur in de rij te hebben gestaan, mochten wij eindelijk het krukje afrekenen.
‘Broodje worst!!! schreeuwde één van mijn kleuters weer.
‘Ok ok ok,’ zei ik en draaide me om.
Ik zag dat de rij voor de worsten nog langer was dan die van de kassa.
Een vrouw die voor mij was, keek me aan en zei zonder iets te zeggen: Ja grapjas, hoe ga je dat oplossen. Zij had natuurlijk ook het herhaaldelijke patroon gehoord van de pot met goud en de worsten.

Don Corleone

‘Jongens de pot met goud is niet hier, die staat bij de gouden regenboog langs de autoweg. ’Mijn jongens keken me serieus aan en mijn oudste zoon zei: ‘Als die pot met goud niet langs de autoweg staat, gaan wij heel hard schreeuwen totdat jullie oren eraf vallen.’ Hij keek naar zijn 4-jarige broertje. Hij beaamde het plan van zijn 5-jarige broer en knikte als Don Corleone zelf.
Na drie kilometer op de weg schreeuwde de achterbank: ‘MCDONALDS!!’
Mijn vrouw keek naar me en zei: ‘Zo dat heb jij goed opgelost.’

Maakt me niet uit, iets kleins

We hadden een tafeltje gevonden en ik zei tegen mijn vrouw:
“Wat wil jij?”
‘Maakt me niet uit, iets kleins.’
‘Ja dat hebben ze niet.’
‘Doe maar wat.’
‘Ja, dat hebben ze ook niet.’
‘Doe maar een hamburger.’
‘Wil je een gewone hamburger?’
‘Nee zo’n grote.’
‘Welke grote?’
‘Ja iets met kip.’
‘Wil je een mcchicken?’
‘Nee die is goor.’
‘Welke wil je dan?’
‘Doe maar een fish filet dan.’
‘Je lust toch geen vis?’
‘Oh nee inderdaad, doe maar een hamburger.’
‘Ok een gewone hamburger dus?’
‘Nee zonder vlees.’
‘Een vegaburger dus?’
‘Zijn die lekker dan?’
Ik gaf het op, liep weg en bestelde twee happy meals, een big mac menu en een groenteburger.
Na een half uur patat gooien en nog meer gezeur over een pot met goud, reden we naar huis.

Sinterklaas

Thuis aangekomen zette ik het krukje in een kwartier in elkaar en zei: ‘Mama, pak jij even de pot met goud.’
Ik dacht zo: hoe ga je dit oplossen.
‘Ja de pot met goud,’ riep mijn oudste zoon.
Mijn vrouw pakte het krukje en klom erop. Ze graaide in het keukenkastje en pakte er nog echt een pot uit ook. Het was een zwarte pot die ik nog nooit had gezien.
Ik zei: ‘wat zit daarin?’
Ze zette de pot op tafel en opende de deksel. Ik keek in de pot en het goud glinsterde in mijn ogen.
In die seconde flitsten gedachten door mijn hoofd over: Gepimpte muscle cars en de blonde vrouwen die er altijd naast staan, huizen met zwembaden en stukken vlees van tien kilo op de BBQ.
‘Papa, wij willen ook chocolade munten!!’
‘Chocolademunten?’
‘Ja schat, die had ik nog over van Sinterklaas, ik had ze maar even in die pot gedaan.’

Laat een reactie achter:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer