Weekend Stacaravan Drenthe

‘Wel leuk hè schat, een weekendje naar Drenthe.’ zei mijn huisgenoot. ‘De kinderen zitten al in de auto, alleen nog even mijn moeder ophalen en dan kunnen we gaan.’
‘Wat! Je moeder?’ zei ik.
‘Ja heel flauw hoor, ik heb al tien keer gezegd dat mijn moeder ook mee gaat.’ We reden weg en aangekomen voor de deur kwam ze al aanlopen. Ze had dit keer een groen trainingspak aan, waarschijnlijk gekocht bij de Lidl. Ze had zoveel haarlak in haar hoge grijze bos dat toen ze instapte, ik dacht dat één van mijn zoontjes stiekem een zak chips had gestolen.

De hel los

Ik keek op de navigatie en zag anderhalf uur staan, tot aankomst. Ik dacht: Nou ja, anderhalf uur met mijn schoonmoeder op de passagiersstoel moet ik redden, het moet gewoon lukken. De reis begon voorspoedig, eerste half uur lekker doorgereden. Na een half uur zei mijn schoonmoeder dwingend: ‘Hier eraf, want rechtdoor staan altijd files.’ Ik gehoorzaamde en sloeg af. Binnen vijf minuten brak de hel los. De regen werd afgewisseld met hagel en files. Ik zei: ‘Zo Beatrix, ik heb eigenlijk helemaal geen navigatiesysteem nodig hè. Jij weet de weg wel. Wat is de volgende afslag? De Sloterdijk in of afslag Bergen af Zoom?’
‘Houd jij is effe je grote waffel met je domme vette halflange George Michael 80’s coupe. Het lijkt wel of er een cavia is geboren op je hoofd.’
‘Nou nou, wat een taal?! En dat voor de koningin der Nederlanden. Je hebt zeker nog nooit bij Alex in de auto gezeten. Nee, dat kan ook niet want dan was ie al lang verzopen of ergens van een berg afgestort. En als je het hebt over geboren cavia’s op iemands hoofd, is het wel bij die zoon van je!’

Oma? Drenthe bestaat niet hè?

Het opbouwende gesprek werd onderbroken door mijn oudste, 5-jarige zoontje.
‘Oma?’
‘Ja lieverd.’
‘Ben jij een navigatiesysteem oma?’
‘Nee jongen, ik ben je oma‘
‘Oma? Drenthe bestaat niet hè? Oma? jij bent al 100 hè.’
Na drie en een half uur Beatrix, file, regen en gedrein van twee klootzakjes achterin kwamen we laat in de avond aan. Toen we de verwarming aan wilden zetten, kwamen we erachter dat deze stuk was. Het was eind oktober en de condens van onze adem viel nog net niet op de grond. Ik was ineens heel blij want dit beloofde wat voor het weekend, alles kon alleen maar beter worden.

Oh jezus, zei mijn vrouw, wat nu?

De volgende dag was het droog. We zaten in de ochtend op de vlonder voor de stacaravan. Mijn vrouw speelde met haar nieuwe telefoon met zoveel agressie dat ze deze uit haar handen liet vallen. Normaal is dat niet zo erg maar er zaten kleine kieren in de vlonder en de telefoon viel precies door een kier. ‘Oh jezus, wat nu?’ zei mijn vrouw.
‘Tja onder de vlonder klimmen,’ zei ik.
‘Ja! Jij,’ snauwde ze.
Mijn schoonmoeder kwam ondertussen al aangelopen met een groengeel tuinpak maatje acht keer XL, waarschijnlijk gestolen van een dokter Phil gast die ze uit een huis moeten takelen. Ik trok dat ding aan en dacht: Laat ik ook een rode Rambo hoofdband omdoen. Ik mompelde: ‘What you choose to call hell, he calls home.’

Hindernisbaan

Ik tijgerde door allerlei planten, schimmels en mossen. Aan het einde van mijn hindernisbaan zag ik de telefoon liggen. Ik pakte de telefoon en zag in mijn ooghoek iets vreemds. Het was redelijk donker dus ik moest dichterbij gaan komen om te kijken wat het was. Dichterbij gekomen zag ik een verroeste sleutel ergens uitsteken. Het was een apenschedel met een uitstekende sleutel uit zijn intacte gebit.
Ik riep naar boven: ‘Juh, ik zie een apenharses hier liggen.’
‘Ja! Dat is Arie,’ riep mijn schoonmoeder.
‘Moet je Arie niet fatsoenlijk begraven? Dan stinkt het misschien minder.’

Hotelmagnaat in Wassenaar

Boven gekomen ben ik gelijk gaan zoeken op mijn telefoon naar vermiste belangrijke sleutels in combinatie met aapjes. De sleutel had ik ondertussen in de cola gelegd. Na tien minuten zoeken kwam ik op een website. Hier stond dat een berucht oorlogsfiguur met een vreemde snor na de oorlog zijn autosleutel kwijt was. Hij reed in die tijd vaak met zijn aap door Berlijn heen. De auto staat tegenwoordig bij een hotelmagnaat in Wassenaar. Die auto schijnt een waarde te hebben van 40 miljoen euro. Ik schrok me kapot. Zal dit dan die sleutel zijn?

Slangenlederen laarzen

Ik liep van de stacaravan weg, belde naar het hotel in Wassenaar en zei dat ik directeur Jack Kortekaas wilde spreken.
De receptioniste zei: ‘Heeft u een afspraak?’
‘Nee, maar ik bel namens Arie.’ Ze viel stil en verbond mij door.
‘Met Kortekaas.’
‘Ja, Meneer Kortekaas, ik heb de originele sleutel van uw auto, wat is deze u waard?’
Hij zei, zoals alle verkooplui zeggen: ‘Nee, wat is het U waard?’
‘Eén miljoen!’ zei ik.
‘Deal,’ zei hij.
‘Maandag om 09.00u kom ik langs,’ zei ik.
‘Tot dan,’ zei Kortekaas.
Ik was miljonair geworden door Arie de Aap. Ik dacht aan dure slangenlederen laarzen, cowboyhoeden, exclusieve muscle cars en een leuke nieuwe vrouw en schoonmoeder.

Jazeker Jack!

Na het weekend bracht ik de sleutel naar hem toe en hij paste op de auto.
‘Zo, jij wilt er dus een miljoen hebben voor die sleutel,’ zei Kortekaas.
‘Jazeker Jack!’ zei ik.
‘Denk jij dat ik een gaatje in mijn hoofd heb? Ik geef je tien ruggen voor die sleutel en nu oprotten, vieze vuile hond.’ Ik stemde zwijgend toe. Hij pakte zijn telefoon en maakte het ter plekke over. Ik keek op mijn rekening en zag een positief saldo staan van 9000 euro. Alle dromen waren in duigen gevallen. Er zat maar één ding op. Ik pakte mijn telefoon en aan de andere kant van de lijn zei een te vrolijke dame: ‘Met stichting aap.’
‘Ik wil 10.000 euro doneren.’
‘Oh wat mooi meneer, op welke naam mag ik het noteren?’
‘Zet maar op naam van Arie.’

2 comments On Weekend Stacaravan Drenthe

Leave a Reply to een fan Annuleer reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Site Footer